MoedigNl.nl

 

Bij ons geen politieke correctheid,

wel zeggen waar het op staat. (Website in opbouw.)

Verdieping

DEZE PAGINA IS IN OPBOUW, ER VOLGT MEER OVER DIVERSE ONDERWERPEN. (Links werken nog niet door er op te klikken.)
De indeling van deze pagina is ook een deel van het werk in uitvoering.
Als hier iets wordt genoemd betekent dit niet automatisch dat wij het er (volledig) mee eens zijn.
Maar wij vinden dat er ruimte moet zijn voor deze ideeën. 
Wij zijn voor een zo groot mogelijke vrijheid van meningsuiting
(uiteraard zolang er niet wordt opgeroepen tot geweld en dergelijke).


Op deze pagina links naar stukken met daarin een (wetenschappelijke) onderbouwing van de problemen die in Nederland en Europa spelen.
En dus ook hun invloed op Ridderkerk hebben.

Arabist Hans Jansen (overleden 5 mei 2015):
http://www.arabistjansen.nl/Arabist/Arabist_Jansen.html

Ex-moslims over de Koran:
http://www.ex-moslims.nl/

Ben Kok (Joods-Christelijk Pastor), over de islam 25 januari 2015:
http://tora-yeshua.nl/2015/01/duivelse-leugen-islam-is-vreedzaam-de-waarheid-is-vreetzaam/ 

Interview met de Deense gevangenis psycholoog Nicolai Sennels, in De Gazet van Antwerpen, datum 26 november 2010.
http://m.gva.be/cnt/aid994537/deens-psycholoog-islam-bevordert-criminaliteit 

Frits Bolkestein in Elsevier van 3 maart 2017: ‘Islam niet verenigbaar met westers liberalisme’:
http://www.elsevier.nl/nederland/achtergrond/2017/03/frits-bolkestein-islam-niet-verenigbaar-met-westers-liberalisme-462615/

Hoogleraar Economie Sweder van Wijnbergen over de nu onzichtbare maar nog steeds voortduderende bankencrisis. BNR, 11 juli 2016.
http://www.bnr.nl/nieuws/10307831/hoogleraar-zet-banken-serieus-het-mes-op-de-keel 

Interview met hoogleraar Openbare Financiën en Sociale Zekerheid Harrie Verbon in De Limburger 10 januari 2016:
http://www.limburger.nl/cnt/dmf20160108_00005772/deze-migratie-is-een-aanval-op-onze-welvaart

Interview met prof. mr. dr. Asfhin Ellian in Trouw 29 juni 2006:
http://www.trouw.nl/tr/nl/4324/Nieuws/article/detail/1505878/2006/06/29/Afshin-Ellian-In-hun-ogen-ben-ik-een-verrader.dhtml#2

Interview met hoogleraar Rechtsfilosofie Paul Cliteur in Het Financiële Dagblad 5 augustus 2016:
http://fd.nl/economie-politiek/1162420/westerse-leiders-durven-juiste-diagnose-over-moslimterrorisme-niet-te-stellen

Interview met mr. drs. Machteld van der Zee in het Algemeen Dagblad van 4 oktober 2016:
http://www.ad.nl/dossier-nieuws/achter-islamisering-zit-een-plan~a88e1806/?utm_source=facebook&utm_medium=social&utm_campaign=socialsharing_web

Interview met hoogleraar sociologie Ruud Koopmans in het Algemeen Dagblad van 4 januari 2017:
http://www.ad.nl/dossier-nieuws/het-westen-moet-zich-veel-weerbaarder-opstellen~a6ac99b0/

Website van Joost Niemöller een Nederlands schrijver, auteur en journalist. Datum publicatie 17 september 2017.
http://joostniemoller.nl/2017/09/steeds-meer-aanslagen-waarom-politici-keer-zo-verbaasd/

Cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS): 
Anderhalf jaar na het verkrijgen van de verblijfsvergunning in 2014,
ontvangt ruim 90 procent van de 18 tot 65-jarige vergunninghouders uit Eritrea en Syrië een bijstandsuitkering.
(Deze uitkering betaalt de gemeente zelf.)
Verder krijgen zij met voorrang een huis.
http://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2017/25/meeste-syrische-asielzoekers-hebben-eigen-woonruimte

Cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) over het jaar 2016.
Het aantal mensen met een bijstandsuitkering is in 2016 ten opzichte van 2015 met 18.000 toegenomen.
Het gaat dan vooral om migranten met een ‘niet-westerse achtergrond’ en vaker jongeren dan ouderen.
Opvallend: het aantal met een Nederlandse achtergrond is in 2016 juist gedaald.
http://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2017/09/aantal-mensen-dat-bijstand-ontvangt-blijft-stijgen

Opiniepeiling datum 02-09-2017: 
65 procent zegt ervan overtuigd te zijn dat de inbedding van moslims in de samenleving nooit volledig zal lukken.
http://politiek.tpo.nl/2017/09/02/gelooft-succesvolle-integratie-moslims-nederlandse-samenleving/

De Dagelijkse Standaard d.d. 18 september 2017:
"Brusselse tandarts: “Ik krijg meisjes van 6 jaar in mijn stoel die van hoofd tot teen bedekt zijn”".
http://www.dagelijksestandaard.nl/2017/09/brusselse-tandards-ik-krijg-meisjes-van-6-jaar-in-mijn-stoel-die-van-hoofd-tot-teen-bedekt-zijn/

Opiniestuk prof. mr. dr. h.c. Frits Bolkestein in de Volkskrant datum 25 augustus 2015:
http://www.volkskrant.nl/opinie/jihadisme-heeft-alles-met-islam-te-maken~a4129090/

Opiniestuk Juliaan van Acker in The Post Online 9 april 2016:
http://cult.tpo.nl/2016/04/09/als-moslims-uitgeroeid-is-er-vrede/

Opiniestuk Leon de Winter in De Telegraaf 15 maart 2016:
http://www.telegraaf.nl/avond/25400964/__Islam_is_rem_op_vooruitgang__.html?utm_source=facebook.com&utm_medium=referral&utm_campaign=facebook&apw_campaign=d955dd1045e49afd8a498fd1051e06d6

Opiniestuk Roderick Veelo in The Post Online 22 april 2016:
http://politiek.tpo.nl/column/tolerantie-en-verdraagzaamheid-meningen-links-is-fake/

Opiniestuk prof. mr. dr. Asfhin Ellian in Elsevier 2 maart 2015:
http://www.elsevier.nl/buitenland/blog/2015/03/schokkend-hoeveel-westerse-moslims-fundamentalisme-steunen-1716213W/

Opiniestuk prof. mr. dr. Asfhin Ellian in Elsevier 23 maart 2016:
http://www.elsevier.nl/opinie/blog/2016/03/285015-285015/

Opiniestuk prof. mr. dr. Asfhin Ellian in Elsevier 4 juni 2017: 
http://www.elsevierweekblad.nl/buitenland/opinie/2017/06/europa-ontwaak-de-religie-van-vrede-is-in-oorlog-met-ons-510202/#utm_source=fb&utm_medium=social&utm_campaign=share_facebook

Opiniestuk prof. mr. dr. Asfhin Ellian in Elsevier 6 januari 2017:
http://www.elsevier.nl/nederland/opinie/2017/01/429660-429660/

Opiniestuk Frank Franzen in ED 8 augustus 2017: 'Wij danken de welvaart niet aan ons koloniaal verleden.'
http://www.ed.nl/extra/wij-danken-de-welvaart-niet-aan-ons-koloniaal-verleden~a86c89a2/

Opiniestuk aanstaande ambassadeur van de VS in Nederland, Pete Hoekstra op www.nrc.nl 26 juli 2017:
http://www.nrc.nl/nieuws/2017/07/26/wees-eerlijk-we-verliezen-de-strijd-tegen-de-radicale-islam-12257161-a1568028

Opzegbrief PKN-kerk van ds. Cornelis H.W. van den Berg, oud-dominee te Amsterdam in The Post Online van 3 januari 2017:
http://cult.tpo.nl/2017/01/03/opzegbrief-pkn-kerk-drs-cornelis-h-w-berg-oud-dominee-amsterdam/

Zineb El Rhazoui werkte voor Charlie Hebdo. Een citaat en interview van haar in The Post Online 19 oktober 2016.
http://media.tpo.nl/2016/10/19/bonusquote-zineb-el-rhazoui-legt-islamisme-als-ergste-vormen-fascisme/

Publicatie Centraal Bureau voor de Statistiek (SBS) datum 30 juli 2015:
http://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2015/31/zeven-van-de-tien-somaliers-in-de-bijstand

Business Insider van 3 april 2017: Jan van de Beek keek naar de effecten van migratie op de verzorgingsstaat.
http://www.businessinsider.nl/laten-de-ogen-niet-sluiten-voor-de-cijfers-achter-immigratie-nederland-hoe-ongemakkelijk-ze-ook-zijn/

http://www.elsevier.nl/opinie/opinie/2016/12/verhalen-van-het-establishment-vormen-het-grootste-nepnieuws-424900/

De in Marokko geboren schrijver Hafid Bouazza over de islam, geciteerd in The Post Online van 9 januari 2016:
http://media.tpo.nl/2016/01/09/bonusquote-hafid-bouazza-gooit-brisantbom-in-vluchtelingendebat/

The Post Online: 'Moslims vermoorden christenen omdat het de doctrine is, erken dat nou eens', 13 april 2017:
http://cult.tpo.nl/2017/04/13/moslims-vermoorden-christenen-omdat-het-de-doctrine-is-erken-dat-nou-eens/

The Post Online: 'De Bijbel spreekt van redding, de Koran spreekt van succes', 3 mei 2017:
http://cult.tpo.nl/2017/05/03/reformatie-binnen-de-islam-in-context-van-christelijke-reformatie/

http://www.dagelijksestandaard.nl/2013/08/de-koran-liefst-349-haatverzen-tegen-niet-moslims/

http://politiek.tpo.nl/2016/03/27/zo-woont-asielzoekers-weigerende-amsterdamse-stadsadel-uiteraard-bijna-niks/

Trouw stuk van Sylvain Ephimenco, 5 januari 2017:
http://www.trouw.nl/opinie/-de-islam-is-ook-een-politieke-ideologie-die-geen-vrede-na-streeft-~aa5ce4c3/ 

Als u liever een filmpje bekijkt dan een stuk leest. Bert Brussen in The Post Online 6 januari 2017:
http://politiek.tpo.nl/column/linkse-cliche-reacties-aanslag-gevaarlijkerdanterrorisme/



Boeken (en schrijvers):
Hieronder een aantal boeken die volgens ons het lezen waard zijn.
De zoontjesfabriek is de titel van een boek van Ayaan Hirsi Ali, dat in augustus 2002 verscheen.
De ondertitel luidt: Over vrouwen, islam en integratie.
Het bevat alle artikelen die Hirsi Ali tot dan toe had gepubliceerd, en een interview van Colet van der Ven.
http://nl.wikipedia.org/wiki/De_zoontjesfabriek

http://www.bol.com/nl/p/ketters/9200000040710217/?bltg=itm_event%3Dclick%26mmt_id%3D8b6698136357ad76%26pg_nm%3Dpdp%26slt_id%3Dprd_oft%26slt_nm%3Dproduct_often_bought_together%26slt_pos%3DC2%26slt_owner%3DRS%26itm_type%3Dproduct%26itm_lp%3D3%26itm_id%3D9200000040710217%26itm_role%3Din

http://www.bol.com/nl/p/mijn-vrijheid/9200000054943569/?bltg=itm_event%3Dclick%26mmt_id%3D444620770515f23e%26pg_nm%3Dpdp%26slt_id%3Dprd_oft%26slt_nm%3Dproduct_often_bought_together%26slt_pos%3DC2%26slt_owner%3DRS%26itm_type%3Dproduct%26itm_lp%3D2%26itm_id%3D9200000054943569%26itm_role%3Din

http://www.bol.com/nl/p/nomade/1001004007800693/?bltg=itm_event%3Dclick%26mmt_id%3Dfcd3ae1b4dd98b00%26pg_nm%3Dpdp%26slt_id%3Dprd_oft%26slt_nm%3Dproduct_often_bought_together%26slt_pos%3DC2%26slt_owner%3DRS%26itm_type%3Dproduct%26itm_lp%3D1%26itm_id%3D1001004007800693%26itm_role%3Din

DE ISLAM. Kritische essays over een politieke religie. Schrijvens: Wim van Rooy en Sam van Rooy.
Met bijdragen van: Machteld Allan, Hafid Bouazza, Carel Brendel, Ronald Commers, Eddy A.M. Daniëls, Jos De Man,
Afshin Ellian, Koenraad Elst, M. S. H. Frankenvrij, Frans Groenendijk, Remi Hauman, Michiel Hegener, Mat Herben,
Raymond Ibrahim, Ehsan Jami, Hans Jansen, Efraim Karsh, Amanda Kluveld, Wim Kortenoeven, David Littman,
Michael Mannheimer, Johny Messo, Nahed Selim, Nicolai Sennels, Matthias Storme, Marc Vanfraechem, Joos Vermeulen,
Ibn Warraq, Yvonne Waterman, Bat Ye’or.
http://www.aspeditions.be/nl-be/book/DEISLA555C/de-islam-wim-van-rooy-sam-van-rooy.htm

In 1999 berekende Pieter Lakeman als eerste de kosten van immigratie in Nederland in zijn boek:
Binnen zonder kloppen, over de Nederlandse immigratiepolitiek en de economische gevolgen.
http://nl.wikipedia.org/wiki/Binnen_zonder_kloppen:_Nederlandse_immigratiepolitiek_en_de_economische_gevolgen

http://www.bol.com/nl/p/de-verschrikkelijke-janmaat/9200000049736249/#

http://www.bol.com/nl/p/waarover-men-niet-spreekt/9200000050237366/?bltg=itm_event=click&mmt_id=f5d779f68f5a75d1&pg_nm=pdp&slt_id=prd_reco&slt_nm=product_recommendations&slt_pos=C1&slt_owner=ccs&itm_type=product&itm_lp=1&itm_id=9200000050237366&itm_role=in

http://www.bol.com/nl/p/islam-voor-varkens-apen-ezels-en-andere-beesten/1001004005964403/?bltg=itm_event=click&mmt_id=ee9364413bb9f710&pg_nm=pdp&slt_id=prd_reco&slt_nm=product_recommendations&slt_pos=C1&slt_owner=ccs&itm_type=product&itm_lp=3&itm_id=1001004005964403&itm_role=in

http://www.bol.com/nl/p/eindstrijd/1001004005982381/?bltg=itm_event=click&mmt_id=45db00b89946ee49&pg_nm=pdp&slt_id=prd_reco&slt_nm=product_recommendations&slt_pos=C1&slt_owner=ccs&itm_type=product&itm_lp=2&itm_id=1001004005982381&itm_role=in

http://www.bol.com/nl/p/op-op-ten-strijde-jeruzalem-bevrijden/1001004011575411/?bltg=itm_event%3Dclick%26mmt_id%3D2adb5e0cdf872192%26pg_nm%3Dpdp%26slt_id%3Dprd_oft%26slt_nm%3Dproduct_often_bought_together%26slt_pos%3DC2%26slt_owner%3DRS%26itm_type%3Dproduct%26itm_lp%3D1%26itm_id%3D1001004011575411%26itm_role%3Din

http://www.bol.com/nl/p/de-historische-mohammed/9200000023432454/?bltg=itm_event%3Dclick%26mmt_id%3D9e8fb0d5f7eba7ed%26pg_nm%3Dpdp%26slt_id%3Dprd_oft%26slt_nm%3Dproduct_often_bought_together%26slt_pos%3DC2%26slt_owner%3DRS%26itm_type%3Dproduct%26itm_lp%3D2%26itm_id%3D9200000023432454%26itm_role%3Din

http://nl.wikipedia.org/wiki/Ibn_Warraq



MoedigNL.NL is er van overtuigd dat de BAR-samenwerking waar Ridderkerk inzit, een 1e stap is om Ridderkerk op te heffen, en samen te voegen met andere gemeenten.
Wij zijn er van overtuigd dat de gevestigde politiek op een sluwe manier Ridderkerk wil opheffen.
Ridderkerk moet uit de BAR, en geen fusiegemeente worden.

Artikel in Reformatorisch Dagblad van 4 januari 2017:
Wetenschappelijk onderzoek: fusie gemeenten en regionale samenwerkingsverbanden leveren geen voordeel op, (wel nadeel).
http://www.rd.nl/herindeling-gemeenten-levert-financieel-niets-op-1.1364175

Wetenschappelijk Onderzoek Rijksuniversiteit Groningen 27 juni 2014:
Gemeentelijke herindeling bespaart geen geld, geen lagere uitgaven, geen betere voorzieningen.
http://www.rug.nl/news/2014/06/0627-gemeentelijke-herindeling




Een systeem uit 1848 is niet meer van deze tijd.
MoedigNL.NL wil u vragen even te denken aan het jaar 1848 en hoe Nederland er toen uitzag. Natuurlijk totaal anders dan nu.
Onze samenleving is gigantisch veranderd. En toch hebben wij een systeem uit 1848. Een systeem van meer dan 160 jaar oud.
Een systeem uit de tijd van het paard en wagen. Een systeem uit de tijd dat er nog niemand had gehoord van een balpen.
Ook bestonden er geen telefoons, internet en ga zo maar door.
En toch is dat het systeem van onze democratie.
Iedereen kan bedenken dat dat zo niet kan.
Het is de hoogste tijd dat het systeem wordt gemoderniseerd, waarbij er meer democratie komt en het volk meer zelf kan beslissen.

Het is de hoogste tijd dat u en ik zelf onze eigen burgemeester kunnen kiezen.
Wij betalen het salaris van deze man of vrouw. Dus waarom is het dan nu zo dat een kliekje beslist wie deze baan krijgt?
Weg met deze vriendjespolitiek!

Er moeten echte referenda komen. En geen raadgevende referenda waarbij de uitslag opzij geschoven kan worden (zoals nu het geval is).

Het is tijd voor meer democratie.
http://politiek.tpo.nl/2016/10/09/peiling-maurice-hond-meerderheid-nederlanders-vindt-nederland-geen-echte-democratie/
http://www.bnr.nl/nieuws/politiek/10314119/laat-gemeenten-experimenteren-met-nieuwe-democratie



MoedigNL.NL wil dat er meer vrijheid van meningsuiting komt.
Uiteraard moet oproepen tot geweld en dergelijke verboden blijven.
Hieronder het wetvoorstel dat is ingediend door het Tweede Kamerlid van Klaveren van de Groep Bontes/van Klaveren, beter bekend als VoorNederland (VNL). (Na de laatste Tweede Kamerverkiezingen is zowel de groep als de partij opgeheven.)

Wij vind dit een prima wetsvoorstel.http://zoek.officielebekendmakingen.nl/dossier/34051/kst-34051-5?resultIndex=4&sorttype=1&sortorder=4 





Bestuurslaag Waterschap opheffen.
Een waterschap is bij wet op afstand gezet van de rijks- en provincieoverheid. Het is een z.g. zelfstandig bestuursorgaan met eigen bestuur, gebouwen, faciliteiten en personeel.
Maar waterschappen hebben sinds niet al te lange tijd een eigen parlement met getrapte vertegenwoordigers van diverse geledingen, zoals boeren, burgers, etc.
Dat parlement moet bestuur en directie controleren. Daarmee onttrekt een waterschap zich volledig aan het parlement of aan provinciale staten. Dit kost extra geld en is niet nodig.
Een waterschap heeft een belangrijke taak in de waterhuishouding in een land, dijken, afvoer van water, etc.
Maar gemeenten en provincie hebben daar ook taken en het Rijk via Rijkswaterstaat.
Zo zijn er vier (4) overheden die wegen beheren. Elk rijden ze met hun eigen strooiwagen rond, maaien het gras op hun eigen stukjes.
Het land is overgeorganiseerd. Ridderkerks Belang wil dat de waterschappen hun zelfstandigheid verliezen en opgaan in een centrale orgaan als Rijkswaterstaat.
Ook de provincie en de gemeenten zouden dan taken moeten afstaan. Dat brengt alles in een hand en voorkomt dubbele inspecties en overlegstructuren,
doublures bij materieel en personeel.
Een ander probleem is dat controle door het parlement niet bestaat en dat er nogal goudgerande projecten worden uitgevoerd in naam van de veiligheid.
Dat kan veel goedkoper.
Nu kan Rijkswaterstaat te groot worden door deze toevoeging en Rijkswaterstaat is ook al zo´n zelfstandig bestuursorgaan waar door de complexiteit het parlement weinig grip op heeft.
Zouden we die dienst dan niet splitsen in een rijksdienst voor waterzaken en een voor vervoerszaken op de weg. Die twee zaken hebben toch weinig met elkaar vandoen.
De diensten zouden dan in het parlement verantwoording moeten afleggen over begroting en jaarverslag en de minister moet dat beleid verdedigen.
Zo hebben we ook een aparte dienst voor vervoer door de lucht.
MoedigNL.NL pleit dus voor eenvoudiger organisatie, afschaffing van waterschap parlement, goedkopere uitvoering en reorganisatie van de verschillende diensten op gebied van waterbeheer.
Dat kan niet in een keer, maar daar moeten we naar toe werken.

Wat levert het op?
De club waar alle waterschappen bij zijn aangesloten, de Unie van waterschappen (UWV), geeft zelf toe dat opheffen van het waterschap elk jaar weer EUR 23.000.000,00 (23 miljoen) oplevert.
Overigens spreken andere bronnen van iets van jaarlijks EUR 300.000.000,00 (300 miljoen).

Daarnaast kan iedereen bedenken dat het makkelijker is als je te maken hebt met minder bestuurslagen, die elk hun eigen regeltjes, formulieren enzovoorts hebben.

Wie wil dat nou? 
Het radio 1 programma "Stand.nl" heeft de stelling ´het waterschap moet worden afgeschaft´ op internet gezet. 69 procent (meer dan tweederde) was het hier mee eens.





Janmaat had gelijk

Janmaat had gelijk
Je mocht lange tijd in Nederland geen kritiek hebben op de nadelen van de massa immigratie van mensen van niet westerse afkomst.

Dit taboe kwam de politieke elite goed uit.
De werkgevers kregen goedkope arbeidskrachten. Deze werkgevers steunden vaak de rechtse partijen.
Door deze massa immigratie ontstond een nieuwe onderklasse. Dat kwam de linkse partijen goed uit. Want door hen van alles te beloven kon je hun stemmen krijgen.

De hele politieke elite van rechts tot links deed er alles aan om dit taboe een taboe te laten blijven.

Dat dit erg gevaarlijk was interesseerde ze kennelijk niet. Want de gewone mensen kregen steeds meer problemen door de massa immigratie.
De gewone mensen konden nergens terecht. En dan bestaat het gevaar dat men het recht in eigen hand gaat nemen of achter nazi-schorem, gaat aanlopen.

Er was dringend een democratisch politiek alternatief nodig om dit gevaar te bestrijden.

Drs. Johannes Gerardus Hendrikus (Hans) Janmaat probeerde dit in de jaren '80 en '90.
Hierbij werd hij op alle mogelijke manieren tegen gewerkt. Zo probeerde de hele politieke elite en hun vriendjes (zoals journalisten)
hem neer te zetten als een radicaal rechts gevaar voor de democratie.

In de verkiezingen van 1982 werd Janmaat gekozen als lid van de Tweede Kamer voor de Centrumpartij.
Hij beloofde zich via de parlementaire weg (dus via vreedzame politiek) in te spannen voor de belangen van de autochtone arbeiders en de middenstand.
In het partijprogramma uit hetzelfde jaar pleitte de Centrumpartij op bladzijde 1, onder het kopje “ staatsinrichting” op punt 2,
voor het instellen van een referendum, iets wat toch een zeer democratisch instrument is.

Dus kan er toch niet gezegd worden dat hij een gevaarlijke anti-democratische radicaal was.
Wel was hij een gevaar voor de politieke elite, omdat hij probeerde te verwoorden wat er onder de bevolking leefde.
En hier een politieke en democratische oplossing voor probeerde te zoeken.

Hij werd op alle manieren tegengewerkt.

De media negeerden hem, of berichtte alleen maar negatief.

Hij werd hij ´gek geprocedeerd´. Volgens de politicoloog Meindert Fennema werden zo'n 300 processen tegen Janmaat aangespannen.

Verder werd op 22 oktober 1984, zijn arbeidsovereenkomst met twee middelbare scholen beëindigd.

Ook kreeg hij te maken met een tereuraanslag.
Op 29 maart 1986 was Janmaat met een aantal anderen aan het vergaderen in een hotel in Kedichem. Een dorpje in de provincie Zuid-Holland.
Een groep links-radicale ´actievoerders´ kwam naar dat hotel. Niet met argumenten. Ook niet om vreedzaam te demonstreren.
Nee, zij kwamen met keien, traangas en rookbommen (vermoedelijk op basis van fosfor).

De keien en rookbommen vlogen het hotel in. En het hotel ging in de brand, terwijl er nog mensen inzaten. Meerdere mensen zijn gewond geraakt.

Verder werd op 22 oktober 1984, zijn arbeidsovereenkomst met twee middelbare scholen beëindigd. Ook dat kreeg Janmaat te verwerken.

Janmaat stond op alle terreinen in zijn leven onder zeer grote druk. Wij zijn er van overtuigd dat hij hierdoor foute uitspraken heeft gedaan.
Zoals zijn blijdschap met de dood van voormalig minister Ien Dales. Een uitspraak die Ridderkerks Belang uiteraard afkeurt.

Janmaat is in 2002 overleden.
Vandaag de dag moet worden toegegeven dat hij voor wat betreft zijn politieke standpunten gelijk had, en nog steeds gelijk heeft.


* JANMAAT WAS ZEKER NIET PERFECT. MAAR HIJ HEEFT RECHT OP EERHERSTEL. EN ZIJN WEDUWE HEEFT RECHT OP EEN OFICIEEL EXCUSES.
https://www.bnr.nl/radio/wetenschap-vandaag/10313628/centrum-partij-en-centrum-democraten-waren-toch-niet-anti-democratisch
 

 

Schandalig
Toen Indonesië net onafhankelijk was geworden kregen Indische Nederlanders met een Nederlandse nationaliteit en een Nederlands paspoort,
van Sukarno (de toenmalige Indonesische president) de keuze: “vertrekken uit Indonesië (terug naar Nederland dus) of blijven, maar dan moesten ze de Indonesische nationaliteit aannemen!”.
Deze keuze was voor de vele aanwezige (Indische) Nederlanders geen optie en zij vertrokken dus naar Nederland
(in feite als vluchteling, omdat vele mannen ...in het Nederlandse leger hebben gevochten en hun gezinnen in Japanse krijgsgevangen kampen hebben gezeten).
Deze Nederlandse vluchtelingen moesten betalen om naar hun “vaderland” terug te keren.
Ook de voorschoten van accommodatie (veelal in kampen), voedsel, kleding, etc. hebben zij tot de laatste cent moeten terugbetalen.
Dit terwijl zij zich, vaak met gevaar voor hun eigen leven, voor Nederland hadden ingezet.
De bedragen die zij destijds moesten betalen waren bijna net zo hoog als een jaarloon!
Ze moeten nu, net als alle Nederlanders, wildvreemde gelukzoekers onderhouden!
Schandalig!

HIERONDER IN KLAD ONZE CONCEPT REFERENDUMVERORDENING. 
WIJ DENKEN DAT DEZE IN ELKE GEMEENTE WAAR NU GEEN REFERENDUM KAN WORDEN GEHOUDEN KAN WORDEN INGEDIEND.
(MEEDENKEN KAN UITERAARD, U KUNT ONS HIERVOOR MAILEN.)

(Minister Ollongren zei op 3 juli 2018 om ongeveer 17:50 uur in de Eerste-Kamer dat een lokaal referendum kan worden ingevoerd.) 
 
KLAD TEKST REFERENDUMVERORDENING.
***** QQQ is van mening dat ons democratisch bestel (uit 1848) niet meer van deze tijd is,
en daarom moet worden aangepast aan de huidige tijd. Dit betekent naar onze mening dat er een
meer direct vorm van democratie nodig is. Een referendum is een van de zaken die hiervoor nodig is.*****
*****Gelet op de artikelen 147, 149 en 154 van de Gemeentewet;*****
Bijlagen:
- Verordening met toelichting (bijlage)
- Ledenbrief VNG d.d. 29 mei 2009 (ter inzage)
- https://vng.nl/onderwerpenindex/bestuur/verkiezingenreferendum/
brieven/modelreferendumverordening
Inleiding
Op dit moment is er geen geldende referendumverordening voor de
gemeente XXX. QQQ wil een regeling die het houden van een referendum
mogelijk maakt.
Argumenten:
1.1
Doordat de opvolger van de Tijdelijke Referendumwet destijds door de kamer is weggestemd, is er
(voorlopig) een einde gekomen aan een landelijke regeling die het mogelijk maakt voor burgers om een
referendum te houden. Gemeenten zijn echter altijd bevoegd geweest om een autonome
referendumverordening vast te stellen. De bevoegdheid van de raad om een referendumverordening vast
te stellen vloeit voort uit artikelen 147, 149 en 154 Gemeentewet.
Met name artikel 149 Gemeentewet geeft de raad de autonome verordenende bevoegdheid om een referendum te
organiseren over een te nemen of genomen besluit.
1.2
De Referendumverordening die voorligt is gebaseerd op de modelverordening van de VNG, met dien
verstande dat in de modelverordening alleen de mogelijkheid tot het raadgevend referendum is
opgenomen. Bij het raadgevend referendum nemen de burgers het initiatief tot het houden van een
referendum over een concept-raadsbesluit (het is niet mogelijk een referendum te houden over een reeds
genomen besluit). Daartoe kunnen zij een verzoek indienen.
Dit verzoek dient ondersteund te worden door voldoende kiesgerechtigden. De raad beslist vervolgens of
er daadwerkelijk een referendum zal worden gehouden.
Naast het raadgevend referendum is er het raadplegend referendum.
Bij het raadplegend referendum is de raad de initiatiefnemer tot het houden van
een referendum. De VNG heeft het raadplegend referendum niet opgenomen in haar modelverordening.
Desalniettemin merkt zij op dat de raad vrij is te kiezen voor (een) andere vorm(en).
In de bijgevoegde Referendumverordening is de mogelijkheid tot het houden
van een raadplegend referendum echter wel opgenomen (artikel 5). Het is wenselijk dat de raad de
bevoegdheid heeft tot het houden van een referendum over een voorgenomen besluit en dat zij daartoe
zelf het initiatief kan nemen. Indien echter alleen het raadplegend referendum mogelijk zou zijn in de
gemeente XXX, zou men kunnen stellen dat er sprake is van een machtsrelatie nu alleen de raad, als
besluitvormend orgaan, kan bepalen wanneer burgers worden betrokken bij de besluitvorming. Om die
reden is in bijgevoegde Referendumverordening tevens het type van het raadgevend (op initiatief van de
burger) referendum opgenomen.
Naast beide vormen van referenda bestaat er nog een derde vorm, het correctief raadplegend
referendum. Dit type referendum gaat over een reeds genomen besluit, waarvan de uitvoering is
opgeschort. Het correctief raadplegend referendum kent een aantal bezwaren en zou onder
omstandigheden zelfs ongrondwettig zijn, omdat het er toe zou kunnen leiden dat de
volksvertegenwoordiging zich onttrekt aan het nemen van moeilijke beslissingen.
Om die reden is er voor gekozen dit type referendum dan ook niet op te nemen in voorliggende
Referendumverordening.
1.3
In de onze verordening is opgenomen dat de raad een onafhankelijke referendumcommissie benoemt.
Een dergelijke commissie heeft tot taak de raad te adviseren over toelaatbare onderwerpen van
referenda. Zij doet de raad voorstellen over de te formuleren vraagstelling, houdt toezicht op de uitvoering
van verordening en organisatie van het referendum, etc. (zie hiervoor artikel 4 van de Verordening). De
verordening gaat uit van een zittingsperiode van 4 jaar met de mogelijkheid tot herbenoeming van de
leden. Wij verwachten dat een referendum in de gemeente XXX mogelijk maar een enkele keer
voorkomen maar vinden het desondanks van belang om de referendumcommissie voor een langere
periode in te stellen.
Als er vanuit de bevolking om een raadgevend referendum wordt gevraagd, kan daar snel op worden
ingespeeld. Na de periode van 4 jaar kan worden bezien of er behoefte bestaat om de termijn met een
aantal jaren te verlengen.
1.4
De artikelen 6 en 7 van de Referendumverordening XXX gaan over het raadgevend
referendum. Een initiatief tot het houden van een raadgevend referendum dient te worden ondersteund
door een bepaalde hoeveelheid kiesgerechtigden. De gemeenteraad is vrij in het kiezen van het percentage van
kiesgerechtigden dat het initiatief moet ondersteunen.
#######
Drempel inleidend verzoek
Bij de hoogte van de drempel die wordt gesteld ten aanzien van het verzoek om een referendum, kan
worden aangesloten bij de voorstellen van de commissie Biesheuvel over een correctief referendum op
decentraal niveau.
De commissie ging uit van 50% van de kiesdeler van de laatst gehouden verkiezing van de raad. De
commissie achtte de hoogte van deze drempel niet te hoog om een verzoek tot referendum onmogelijk te
maken, maar wel hoog genoeg om te voorkomen dat een referendum wordt aangevraagd dat te weinig
draagvlak vindt onder de bevolking.
In de Tijdelijke referendumwet werd gekozen voor een systeem waarbij de gemeentegrootte (aantal
inwoners) bepalend is. Schematisch weergegeven ziet dat er zo uit:
Voor een inleidend verzoek is vereist dat een verzoek wordt gedaan:
(1) In gemeenten met minder dan 20.001 kiesgerechtigden,
door 1 procent van de kiesgerechtigden met dien verstande dat
dit getal niet lager ligt dan 50 en niet hoger dan 125 kiesgerechtigden;
(2) In gemeenten met 20.001–40.000 kiesgerechtigden,
door 0,7 procent van de kiesgerechtigden met dien verstande dat
dit getal niet hoger ligt dan 200 kiesgerechtigden;
(3) In gemeenten met 40.001–100.000 kiesgerechtigden,
door 0,5 procent van de kiesgerechtigden met dien verstande dat
dit getal niet hoger ligt dan 300 kiesgerechtigden;
(4) In gemeenten met 100.001 of meer kiesgerechtigden,
door 1/3 procent van de kiesgerechtigden.
Voor een definitief verzoek is vereist dat het inleidend verzoek ondersteund wordt:
(A) In gemeenten met minder dan 20.001 kiesgerechtigden,
door 10 procent van de kiesgerechtigden met dien verstande dat
dit getal niet lager ligt dan 200 en niet hoger dan 1250 kiesgerechtigden;
(B) In gemeenten met 20.001–40.000 kiesgerechtigden,
door 7 procent van de kiesgerechtigden met dien verstande dat
dit getal niet hoger ligt dan 2250 kiesgerechtigden;
(C) In gemeenten met 40.001–100.000 kiesgerechtigden,
door 6 procent van de kiesgerechtigden met dien verstande dat
dit getal niet hoger ligt dan 5000 kiesgerechtigden;
(D) In gemeenten met 100.001 of meer kiesgerechtigden,
door 5 procent van de kiesgerechtigden.
Als dit uitgangspunt wordt gehanteerd zou het initiatief dan ook moeten worden ondersteund door ten
minste (ZIE HIERBOVEN) handtekeningen. Als het verzoek tot een raadgevend referendum wordt ingewilligd door de
raad, volgt er een definitief verzoek (artikel 7). Het definitieve verzoek dient vervolgens eveneens te
worden ondersteund door een bepaald percentage van de kiesgerechtigden. Doorgaans wordt een
percentage van (ZIE HIERBOVEN) inwoners gehanteerd. Dit percentage van
(ZIE HIERBOVEN) is inclusief de initiatiefnemers.
Het definitieve voorstel zal dan moeten worden ondersteund door (ZIE HIERBOVEN) handtekeningen.
Tot slot wordt in artikel 13 van de verordening bepaald wanneer het referendum geldig is. Doorgaans
wordt een referendum bij een opkomstpercentage van 50% geldig geacht. Dit percentage kan naar
beneden toe bij worden gesteld indien het opkomstpercentage bij de lokale raadsverkiezingen lager ligt.
1.5
Voor een verdere argumentatie kan verwezen worden naar bijgevoegde ledenbrief van de VNG van 29
mei 2009 (zie bijlage) en de bij deze verordening behorende toelichting (bijgevoegd).
De Referendumverordening gemeente XXX treedt niet eerder in werking dan na te zijn
bekendgemaakt. Om die reden zal de verordening, na vaststelling, bekend te worden gemaakt op de voor
en bij ons gebruikelijke wijze (ter inzage legging van zes weken, een kennisgeving op onze gemeentelijke
website en als aankondiging in de (VEEL GELEZEN LOKALE KRANT) en op overheid.nl. (de Centrale Voorziening Decentrale
Regelgeving)).
1.6
Het college is belast met de organisatie en uitvoering van het referendum (artikel 11)
Kanttekeningen:
Ad 1.2 In de modelverordening van de VNG is er bewust voor gekozen alleen het type van het
raadgevend referendum op te nemen. De VNG acht dit de meest zuivere vorm van een referendum,
waarbij burgers op eigen initiatief aan de noodrem kunnen trekken bij een voorgenomen besluit dat in hun
ogen verkeerd is. Verder stelt de VNG dat burgers door de Tijdelijke Referendumwet reeds goed op de
hoogte zijn van deze referendumvorm waarbij zij het initiatief kunnen nemen door middel van het
verzamelen van handtekeningen.
Daarbij is de VNG van oordeel dat een referendum op initiatief van de raad niet het enige middel is om
advies te vragen aan de burgers. De VNG geeft aan dat dit ook kan via officiële inspraak, interactief
beleid, inspraakavonden, enquêtes, etc. Voor inspraak geldt een speciale regeling, welke in onze
Inspraakverordening gemeente XXX is opgenomen. Deze regeling heeft een link met de Algemene
wet bestuursrecht omdat afd. 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht op inspraakprocedures wordt
toegepast.
In onze verordening is er echter wel gekozen voor het opnemen van het type van een raadplegend
referendum, naast het type van het raadgevend referendum. Het biedt de raad namelijk de mogelijkheid
een referendum te houden wanneer hij dit nodig acht, dus ook zonder dat burgers daarom verzoeken.
De raad is overigens ook vrij in de keuze van het type referendum dat hij in zijn verordening opneemt. Het
stuit dan ook niet op bezwaren in beide types te voorzien. Daar hebben wij voor gekozen.
Het is niet mogelijk een verordening vast te stellen die alleen raadplegende (op initiatief van de raad)
referenda mogelijk maakt. Dit wordt ongrondwettig geacht nu er alsdan sprake zou zijn van een
verstoorde machtsrelatie. Derhalve zijn beide types referenda in onze voorliggende concept-verordening
opgenomen. Beiden zien echter alleen op concept-besluiten. (Er is dus geen sprake van een correctief
referendum)
3
Ad 1.3 De VNG acht het instellen van een referendumcommissie wel raadzaam. Het onderwerp dat ten
grondslag ligt aan een referenduminitiatief is doorgaans politiek gevoelig. Een onafhankelijke
referendumcommissie kan dan de neutrale derde partij zijn die toeziet op de organisatie en uitvoering van
het referendum. In de Referendumverordening XXX is ervoor gekozen een permanente
referendumcommissie in te stellen en is gekozen voor de mogelijkheid om een referendumcommissie in
te stellen door artikel 3 lid 1 aldus te formuleren: de raad stelt een onafhankelijke referendumcommissie
in.....).
Als er geen referenduminitiatief is, zal er doorgaans geen reden zijn om te vergaderen.
Tenslotte:
Het VNG-model gaat uit van een commissie van 5 leden; in de Referendumverordening XXX is
gekozen voor ??? leden.
Artikel 12, lid 2 is opgenomen dat de uitslagen per kern bepaald kunnen worden.
Voor het houden van het referendum en het beleggen van informatiebijeenkomsten in de dorpen zal een
krediet beschikbaar moeten worden gesteld. De kosten van het referendum wordt door geschat op
??? euro. Daarbij komen nog de kosten voor de informatiebijeenkomsten (vergoeding sprekers,
zaalhuur, consumpties, promotie ed), welke worden geschat op ??? euro. Totaal gaan wij van een
bedrag van € ???. Dat zal bij ieder afzonderlijk te houden referendum separaat aan de raad worden
voorgelegd middels een begrotingswijziging.
Gevraagd besluit:
Vaststellen van de Referendumverordening XXX.
Namens de fractie van AAA
Dhr./mevr. BBB (Fractievoorzitter)
4
Nr.
Betreft Vaststellen Referendumverordening ZZZ
De raad van de gemeente ZZZ;
gelet op artikel 149 Gemeentewet ;
gezien het voorstel van de fractie van AAA d.d. 01 januari 0000;
B E S L U I T:
vast te stellen de volgende Referendumverordening ZZZ
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze verordening wordt verstaan onder:
a. concept raadsbesluit: een aan de raad voorgelegd besluit dat op de agenda van de
raadsvergadering is opgenomen;
b. referendum: stemming waarbij de kiesgerechtigden zich uitspreken over een concept raadsbesluit;
c. kiesgerechtigden: diegenen die stemrecht hebben voor de verkiezing van de leden van de raad.
Artikel 2. Referendabele besluiten
Concept raadsbesluiten kunnen onderwerp zijn van een referendum, met uitzondering van besluiten:
a. over individuele kwesties, zoals benoemingen, ontslagen, schorsingen, kwijtscheldingen en
schenkingen;
b. over de hoogte van geldelijke voorzieningen voor ambtsdragers, gewezen ambtsdragers en
hun nabestaanden;
c. de vaststelling, wijziging of intrekking van de arbeidsvoorwaardenregeling en daaruit voortvloeiende
besluiten met betrekking tot de griffier en de medewerkers van de griffie;
d. over de vaststelling van de gemeentelijke begroting en de rekening;
e. over de vaststelling van gemeentelijke tarieven en belastingen;
f. over het voor kennisgeving aannemen van notities en rapporten;
g. in het kader van deze verordening;
h. ter uitvoering van een besluit van een hoger bestuursorgaan of de wetgever waaromtrent de
raad geen beleidsvrijheid heeft;
i. die naar het oordeel van de raad hun grondslag vinden in een eerder genomen besluit waarover
een referendum is gehouden of kon worden gehouden; of
j. waarvan de raad van mening is dat andere dringende redenen aanleiding zijn om geen referendum
te houden;
Artikel 3. Samenstelling referendumcommissie
1. De raad stelt een onafhankelijke referendumcommissie in en benoemt en ontslaat haar
leden.
2. De referendumcommissie bestaat uit ??? leden; de voorzitter wordt door de raad benoemd.
3. Voor de besluitvorming is aanwezigheid van de voltallige commissie vereist.
4. De commissie wordt ondersteund door de griffier of een door de griffier aan te wijzen medewerker van
5
de griffie.
5. De voorzitter en de leden van de commissie kunnen geen deel uitmaken van of werkzaam
zijn onder verantwoordelijkheid van een bestuursorgaan van de gemeente ZZZ.
6. De leden worden benoemd voor een periode van vier jaar. Aftredende leden kunnen worden
Herbenoemd.
7. De leden kunnen te allen tijde ontslag nemen. Zij die aftreden of ontslag hebben genomen blijven hun
functie waarnemen totdat in hun opvolging is voorzien.
Artikel 4. Taken referendumcommissie
1. De commissie als bedoeld in artikel 3 heeft tot taak:
a. de raad te adviseren over de toepassing van artikel 2;
b. de raad een voorstel te doen voor de vraagstelling van een referendum;
c. toezicht te houden op de uitvoering van de verordening en de organisatie van het referendum;
d. toezicht te houden op de objectiviteit van de door de gemeente te verstrekken voorlichting;
e. de raad te adviseren over de evaluatie van een gehouden referendum.
2. De commissie adviseert voorts gevraagd en ongevraagd over aanpassingen van deze verordening,
over de bij referenda en referendumverzoeken te volgen procedure en over alle overige zaken die
het referendum betreffen.
3. De adviezen van de commissie zijn openbaar.
Artikel 5 Initiatief van de raad (raadplegend referendum)
1. De raad kan besluiten tot het houden van een raadplegend referendum.
2. Het bepaalde in artikel 2, 8 en volgende is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 6. Inleidend verzoek (raadgevend referendum)
1. Een inleidend verzoek om een referendum te houden wordt uiterlijk twee weken voor de plenaire
behandeling van het concept raadsbesluit bij de raad ingediend. Het verzoek is voorzien van een
dagtekening en vermeldt om welk concept besluit het gaat.
2. Het verzoek wordt ondersteund door ten minste (ZIE HIERBOVEN) handtekeningen.
Elke handtekening gaat vergezeld van een daarbij behorende naam, adres,
woonplaats en geboortedatum.
3. De in het tweede lid bedoelde ondersteuningsverklaringen worden geplaatst op een daartoe door het
college verstrekt standaard formulier, dat ter ondertekening op het gemeentehuis ligt. Bij het plaatsen
van een handtekening op een lijst dient de kiesgerechtigde zich te legitimeren met een geldig
identiteitsbewijs.
4. Indien het verzoek voldoet aan het bepaalde in de voorgaande leden, beslist de raad, met in
achtneming van artikel 2, of het verzoek tot het houden van een referendum wordt ingewilligd.
5. Als het verzoek wordt ingewilligd, wordt het concept raadsbesluit waarop het referendumverzoek
betrekking heeft in de vergadering van de raad plenair behandeld.
6. De stemming over het concept raadsbesluit, zoals dat luidt na verwerking van de aanvaarde
amendementen, wordt aangehouden tot de eerstvolgende vergadering na de dag waarop het
referendum wordt gehouden, tenzij eerder negatief over de ontvankelijkheid van het
referendumverzoek wordt beslist.
Artikel 7. Definitief verzoek (raadgevend referendum)
1. Kiesgerechtigden dienen binnen zes weken na de dag dat de raad het besluit bedoeld in artikel 6,
vierde lid, heeft genomen, een definitief verzoek om een referendum te houden in.
2. Dit verzoek wordt ondersteund door ten minste (ZIE HIERBOVEN) handtekeningen
6
3. Artikel 6, tweede lid, tweede volzin en artikel 6, derde lid, zijn van toepassing.
4. Als het verzoek voldoet aan het bepaalde in de voorgaande leden neemt de raad een besluit over het
houden van het referendum.
Artikel 8. Datum
De raad stelt tegelijk met het besluit om een referendum te houden, of zo spoedig mogelijk daarna,
gehoord het college, de dag vast waarop het referendum wordt gehouden.
Artikel 9. Vraagstelling
Tenzij de raad anders besluit wordt bij het referendum aan de kiesgerechtigden de vraag voorgelegd of zij
vóór of tegen het concept raadsbesluit zijn.
Artikel 10. Budget
Nadat is besloten tot het houden van een referendum, brengt de raad een bedrag op de begroting voor
voorlichting en organisatie.
Artikel 11. Uitvoering
Het college is belast met de organisatie en uitvoering van het referendum.
Artikel 12. Procedure stemming
1. De bepalingen van de Kieswet en het Kiesbesluit zijn op de gang van zaken bij het referendum van
overeenkomstige toepassing.
2. De raad kan van de in lid 1 bedoelde bepalingen afwijken indien het van belang is om per stemdistrict
de zienswijze van de kies gerechtigden te kunnen bepalen. Alsdan zal de raad bepalen dat slechts in
het eigen stemdistrict kan worden gestemd en dat volmachten slechts kunnen worden verleend aan
kiezers van het eigen stemdistrict.
Artikel 13. Geldigheid van de uitslag
1. Het referendum is geldig, indien het aantal geldig uitgebrachte stemmen 50% of meer is van het aantal
kiesgerechtigden.
2. De uitslag van het referendum wordt berekend op basis van de gewone meerderheid van het totale
aantal uitgebrachte stemmen.
Artikel 14. Strafbepalingen
Met een hechtenis van ten hoogste drie maanden of een geldboete van de tweede categorie wordt
gestraft degene die:
a. stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen namaakt of vervalst met het oogmerk deze als echt en
onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;
b. stembiljetten, volmachtbewijzen of stempassen die hij zelf heeft nagemaakt of vervalst of waarvan de
valsheid of vervalsing hem, toen hij deze ontving, bekend was, opzettelijk als echt en onvervalst
gebruikt of door anderen doet gebruiken, dan wel deze met het oogmerk om deze als echt en
onvervalst te gebruiken of door anderen te doen gebruiken, in voorraad heeft met het met het oogmerk
deze wederrechtelijk te gebruiken of door anderen te doen gebruiken;
c. als gemachtigde stemt voor een persoon, wetende dat deze is overleden;
7
d. bij een verkiezing door gift of belofte een kiezer omkoopt om volmacht te geven tot het uitbrengen zijn
stem;
e. stelselmatig personen aanspreekt of anderszins persoonlijk benadert ten einde hen te bewegen het
formulier op hun oproepingskaart, bestemd voor het stemmen bij volmacht, te ondertekenen en deze
kaart af te geven.
Artikel 15. Inwerkingtreding
Deze regeling treedt in werking op de derde dag na de bekendmaking
Artikel 16. Citeertitel
Deze verordening wordt aangehaald als 'Referendumverordening XXX'.
(PLAATS) 01 januari 1900
(NAAM) , voorzitter
(NAAM), griffier
8
Toelichting
De verordening is geschreven vanuit de duale verhoudingen. Dit is de reden dat de opmerking “gelezen
het voorstel van het college van ... (datum), nr. ..., inzake referendum” niet in de considerans is
opgenomen. Een referendum verordening waarbij de mogelijkheid wordt gegeven een referendum te
organiseren over een raadsbesluit is bij uitstek een instrument van de raad. In de praktijk wordt dan ook
regelmatig een referendumverordening middels het initiatiefrecht op de agenda van de raad geplaatst.
In de verordening worden diverse taken niet gedelegeerd aan het college maar aan de raad (cq griffie)
gelaten. De organisatie en uitvoering van het referendum zelf, nadat duidelijk is dat dit er komt, ligt
uiteraard wel bij het college.
Dat het initiatief voor het vaststellen van de verordening bij de raad ligt neemt niet weg dat het gewenst
kan zijn advies te vragen aan het college. Deze zal immers de organisatie en uitvoering ter hand moeten
nemen. Doorgaans zijn lokaal afspraken gemaakt over de mogelijkheid voor het college om te adviseren
bij initiatieven vanuit de raad.
Artikelsgewijze toelichting
Artikel 1. Begripsbepalingen
a. en b. Deze artikelen behoeven geen toelichting.
c. Wat betreft de kiesgerechtigden is aangesloten bij degenen gerechtigd zijn deel te nemen aan de
raadsverkiezingen. Dit is geregeld in artikel B3 en artikel J1 van de Kieswet. Een referendum is alleen
mogelijk binnen het grondgebied van de eigen gemeente.
Artikel 2. Referendabele besluiten
Alleen concept besluiten van de raad kunnen onderwerp van een referendum zijn. De besluiten genomen
door het college of door de burgemeester zijn niet referendabel (op grond van deze verordening, deze
bestuursorganen kunnen desgewenst zelf een referendumregeling opstellen). Een aantal onderwerpen
waarover de raad een besluit kan nemen, lenen zich minder goed voor een referendum.
In deze verordening is een lijst met uitzonderingen opgenomen, gebaseerd op de ervaringen van onder
meer de Tijdelijke referendumwet en autonome gemeentelijke verordeningen. Enerzijds dient voorkomen
te worden dat de verordening een leeg instrument wordt waarbij het praktisch onmogelijk wordt een
referendum te organiseren. Anderzijds is het voor de burger belangrijk dat duidelijk is over welke
besluiten geen referendum kan worden gehouden.
In het vorige VNG model was de volgende uitzonderingsgrond opgenomen: waarbij het belang van het
referendum niet opweegt tegen de verantwoordelijkheid van de raad voor kwetsbare groepen en hun
plaats in de samenleving. Deze is geschrapt omdat dit als onder de algemene uitzonderingsgrond valt.
De algemene uitzonderingsgrond benadrukt en garandeert de beoordelingsvrijheid van de raad. Deze
uitzonderingsgrond kan bijvoorbeeld toegepast worden indien er over het onderwerp al een Uniforme
Openbare Voorbereidingsprocedure is geweest, of in het geval van korte termijnen waarop het besluit
genomen moet worden of de mogelijkheid van grote financiële claims.
Artikel 3. Samenstelling referendumcommissie
In het geval er een referendum wordt gehouden is het raadzaam dat er een referendumcommissie wordt
ingesteld. Het onderwerp wat ten grondslag ligt aan het referenduminitiatief is doorgaans politiek
gevoelig. Burgers zijn van mening dat de raad gecorrigeerd dient te worden. Maar het is wel de gemeente
die het referendum en de voorlichting organiseert. Een ‘pettenprobleem’ komt in de praktijk bij referenda
vaak voor. Een onafhankelijke referendumcommissie kan dan de neutrale derde partij zijn die toeziet op
de organisatie en uitvoering van het referendum. Derhalve is het lidmaatschap van de commissie
onverenigbaar met het lidmaatschap van de raad, van het college of met een dienstverband bij de
gemeente. Evenmin kan een persoon lid van de referendumcommissie zijn, die een contractuele relatie
heeft met de gemeente.
9
In de verordening is gekozen voor een permanente commissie met ??? leden. Het kan zijn dat de leden
van de commissie lange tijd niet bijeenkomen. Als er geen referenduminitiatief is, zal er doorgaans geen
reden zijn om te vergaderen. Er is gekozen voor een kleine compacte commissie. Er is niet expliciet
geregeld dat leden (bijv. in geval van niet functioneren) ontslagen kunnen worden. In het algemeen geldt
dat diegene die benoemt ook kan ontslaan.
Artikel 4. Taken referendumcommissie
Deze commissie heeft diverse adviserende taken gekregen. Daarnaast wordt de onafhankelijke positie
ondersteund door de mogelijkheid gevraagd en ongevraagd advies te geven.
De commissie adviseert, bij een inleidend verzoek, over de toelaatbaarheid van het onderwerp. Dit hangt
samen met de in artikel 2 opgenomen onderwerpen waarover geen referendum gehouden kan worden.
Verder doet zij een voorstel voor de vraagstelling van het referendum. De vraag moet eenduidig zijn en
begrijpelijk voor de burgers. Wat betreft het toezicht op de objectiviteit van de door de gemeente
verstrekte voorlichting kan gedacht worden aan een bijv. een folder waarin argumenten pro en contra
worden genoemd. De bevoegdheid van de commissie strekt zich niet uit tot de door de burgers gevoerde
campagne. De vrijheid van meningsuiting staat daarin voorop. De commissie heeft ook een rol bij de
advisering van de verdeling van de beschikbaar gestelde subsidie.
Deze advisering ziet onder meer op de verdeelsleutel die wordt vastgesteld. Zo kan besloten worden dat
40 % van de subsidiegelden bestemd is voor activiteiten van voorstanders van het besluit, 40% voor
tegenstanders en 20% voor neutrale/informerende activiteiten. De commissie heeft ook een rol bij de
evaluatie van gehouden referenda en bij de evaluatie van referendumverzoeken welke niet tot een
referendum hebben geleid. Deze taak is een logisch gevolg van de toezichthoudende taak bij het hele
referendumproces.
Artikel 6. Inleidend verzoek
Kiesgerechtigden nemen het initiatief tot een referendum. Hiertoe kunnen zij een verzoek indienen tot het
houden van een referendum. Een referendum biedt de burgers de mogelijkheid aan de noodrem te
trekken als hun politieke vertegenwoordigers een besluit dreigen te nemen dat in hun ogen verkeerd is.
Het is logisch dat burgers dan ook zelf kunnen beslissen wanneer dit noodzakelijk is. In deze verordening
is gekozen voor een eenvoudige procedure.
Het inleidend verzoek wordt een week voor de raadsvergadering ingediend bij de griffier en wordt later
mogelijk gevolgd een definitief verzoek. Door de duale verhoudingen wordt het verzoek formeel ingediend
bij de griffier, praktisch gezien zal de medewerking van het ambtelijk apparaat nodig zijn. Het doel van het
inleidend verzoek is tweeledig. De raad moet op korte termijn beslissen of een onderwerp referendabel is
en niet valt onder de uitzonderingen genoemd in artikel 2. De referendumcommissie adviseert hierbij.
Daarnaast moet aangetoond worden dat een onderwerp niet alleen maar leeft bij enkele mensen maar op
enig draagvlak in de gemeente kan steunen. Hiertoe worden een aantal handtekeningen overlegd. Op
korte termijn is het voor burgers dan duidelijk of het zin heeft om handtekeningen te verzamelen ter
ondersteuning van het definitief verzoek.
Handtekeningenlijsten
Bij het verzamelen van de handtekening kan worden gekozen voor een 'haal' of een 'brengsysteem'.
In het eerste geval wordt het ophalen van de vereiste handtekeningen aan de initiatiefnemers
overgelaten.
In het tweede geval dienen kiesgerechtigden hun handtekening te plaatsen in de daarvoor
aangewezen plaatsen, zoals de publieksbalie in het gemeentehuis. Uit de evaluatie van de Trw blijkt dat
een groot nadeel van het haalsysteem is dat de controle op handtekeningen een tijdrovend karwei is en
door onvolledig ingevulde lijsten veel handtekeningen ongeldig moeten worden verklaard.
In deze verordening is gekozen voor het brengsysteem op het gemeentehuis zodat direct de identiteit
(kiesgerechtigdheid) van de ondertekenaar gecontroleerd worden aan de hand van het GBA. Om de
controle op de kiesgerechtigheid zo makkelijk mogelijk te maken is een legitimatieplicht opgenomen.
10
Dit is voor een burger niet extra belastend, gezien de Wet op de identificatieplicht heeft een burger dit bij
zich. Het is uiteraard mogelijk om op andere plaatsen in de gemeente handtekeningen te laten zetten, zij
het dat dan niet direct in de GBA de controle op kiesgerechtigdheid kan plaatsvinden.
Gezien de controle op identiteit ligt het voor de hand om aan de gemeente gebonden openbare
instellingen zoals de brandweerkazerne of openbare bibliotheek te kiezen.
Bij het controleren van de handtekeningen moet beoordeeld worden of diegenen die de
ondersteuningsverklaring indient op dat moment kiesgerechtigd zou zijn voor de raadsverkiezingen.
Immers bij het zetten van de handtekening is nog niet bekend of en zo ja wanneer het referendum
gehouden wordt en kan dus niet gewerkt kan worden met een apart bestand van kiesgerechtigden voor
het referendum.
De handtekeningen moeten worden geplaatst op van gemeentewege verstrekte lijsten. Op basis van
artikel 4:4 Awb (aanvraagformulier beschikkingen) heeft de gemeente de bevoegdheid om een formulier
voor het aanvragen en het verstrekken van gegevens vast te stellen. Het inleidend verzoek is te
beschouwen als een aanvraag in de zin van de Awb.
Wat betreft de procedure van het inleidend verzoek moet allereerst een termijn worden vastgesteld
waarbinnen de handtekeningen moeten worden ingeleverd. Hier is gekozen voor een korte termijn van
één week voor de raadsvergadering. De achterliggende gedachte is dat op deze manier in de
raadsvergadering zelf besloten kan worden of er voldoende geldige handtekeningen zijn verzameld zodat
de volgende fase in het proces (het definitieve verzoek) kan ingaan.
Drempel inleidend verzoek
Bij de hoogte van de drempel die wordt gesteld ten aanzien van het verzoek om een referendum, kan
worden aangesloten bij de voorstellen van de commissie Biesheuvel over een correctief referendum op
decentraal niveau.
De commissie ging uit van 50% van de kiesdeler van de laatst gehouden verkiezing van de raad. De
commissie achtte de hoogte van deze drempel niet te hoog om een verzoek tot referendum onmogelijk te
maken, maar wel hoog genoeg om te voorkomen dat een referendum wordt aangevraagd dat te weinig
draagvlak vindt onder de bevolking.
In de Tijdelijke referendumwet werd gekozen voor een systeem waarbij de gemeentegrootte (aantal
inwoners) bepalend is. Schematisch weergegeven ziet dat er zo uit:
Voor een inleidend verzoek is vereist dat een verzoek wordt gedaan:
(1) In gemeenten met minder dan 20.001 kiesgerechtigden,
door 1 procent van de kiesgerechtigden met dien verstande dat
dit getal niet lager ligt dan 50 en niet hoger dan 125 kiesgerechtigden;
(2) In gemeenten met 20.001–40.000 kiesgerechtigden,
door 0,7 procent van de kiesgerechtigden met dien verstande dat
dit getal niet hoger ligt dan 200 kiesgerechtigden;
(3) In gemeenten met 40.001–100.000 kiesgerechtigden,
door 0,5 procent van de kiesgerechtigden met dien verstande dat
dit getal niet hoger ligt dan 300 kiesgerechtigden;
(4) In gemeenten met 100.001 of meer kiesgerechtigden,
door 1/3 procent van de kiesgerechtigden.
Voor een definitief verzoek is vereist dat het inleidend verzoek ondersteund wordt:
(A) In gemeenten met minder dan 20.001 kiesgerechtigden,
door 10 procent van de kiesgerechtigden met dien verstande dat
dit getal niet lager ligt dan 200 en niet hoger dan 1250 kiesgerechtigden;
(B) In gemeenten met 20.001–40.000 kiesgerechtigden,
door 7 procent van de kiesgerechtigden met dien verstande dat
dit getal niet hoger ligt dan 2250 kiesgerechtigden;
(C) In gemeenten met 40.001–100.000 kiesgerechtigden,
door 6 procent van de kiesgerechtigden met dien verstande dat
dit getal niet hoger ligt dan 5000 kiesgerechtigden;
(D) In gemeenten met 100.001 of meer kiesgerechtigden,
door 5 procent van de kiesgerechtigden.
Beslissing inleidend verzoek
Allereerst dient de raad, na advies van de referendumcommissie, vast te stellen of het verzoek een
besluit betreft waarover op grond van de verordening een referendum niet is uitgezonderd.
Vervolgens wordt beslist of het inleidend verzoek is gedaan door het vereiste aantal kiesgerechtigden.
De voorgeschreven eisen dient om de kiesgerechtigdheid te bepalen. Door de identificatie verplichting zal
het aantal afgekeurde ondersteuningsverklaringen gering zijn.
Het besluit van de raad op het inleidend verzoek is een besluit in de zin van de Awb. Hiertegen staat
bezwaar en beroep open.
Toepassing elektronische handtekening en DigiD
Wij hebben in het model geen mogelijkheid opgenomen om via een elektronische handtekening steun te
verlenen aan een referendumverzoek. Een bestuursorgaan kan op grond van afdeling2.3 Awb de
11
elektronische weg openstellen voor referendumverzoeken. Aan het gebruik van de elektronische weg kan
het bestuursorgaan nadere eisen stellen. De elektronische weg voor referendumverzoeken komt naast en
niet in plaats van de conventionele weg. Tot op heden is er nog geen ervaring opgedaan met het
toepassen van een elektronische handtekening bij een referendumverzoek.
Bij het zetten van een handgeschreven handtekening ter ondersteuning van een referendumverzoek
heeft de handtekening verschillende functies. Deze dient ter authenticatie en identificatie (vaststellen van
de identiteit van een persoon) en om de wilsuiting vast te leggen (van belang in het kader van
rechtsgevolg en of bewijsvoering). Deze functies zijn ook via de elektronische handtekening te
bewerkstelligen.
Er zijn diverse niveaus van elektronische handtekeningen. Het verschil zit hem in de waarborgen
waarmee de handtekening is omkleed. Een eenvoudige vorm van een elektronische handtekening is een
gescande handtekening die aan een elektronisch document is toegevoegd. De keuze voor het benodigde
niveau van een handtekening dat voldoende betrouwbaar is voor de desbetreffende webdienst/ handeling
is de verantwoordelijkheid van het bestuursorgaan (art 2:15, derde lid Awb). DigiD is een
gemeenschappelijk authenticatiesysteem. DigiD wordt momenteel primair gebruikt voor de functie
authenticatie. DigiD verifieert in dat geval iemands identiteit. DigiD kan worden gebruikt als elektronische
handtekening. Hierbij geldt dat het bestuursorgaan verantwoordelijk is voor de keuze van niveau van
elektronische handtekening voor een referendumverzoek en dient dit te regelen in haar beleid,
gebruiksvoorwaarden richting de gebruikers (kiesgerechtigden). Het bestuursorgaan dient onder meer
ook zorg te dragen voor de “logische associatie” tussen de ondertekenaar en de elektronische
handtekening en vervolgens de elektronische handtekening en het document. Bovendien dient het
bestuursorgaan gebruikers te informeren wanneer sprake is van authenticatie en wanneer van het
plaatsen van een elektronische handtekening.
Het gebruik van DigiD zou voor burgers die over deze handtekening beschikken drempelverlagend
kunnen werken. Voor hen is het eenvoudiger een referendumverzoek te ondersteunen via enkele
handelingen op de computer dan om naar het gemeentehuis te gaan om een handtekening te zetten.
Voor de gemeente is er geen sprake van werkbesparing. Zij zal ook de ondersteuningsverklaringen
afgelegd via Digid moeten controleren op kiesgerechtigheid (woont deze persoon in de gemeente, is
deze oud genoeg etc.).
Het is de vraag of er voor gebruik van DigiD zwaardere eisen gesteld dienen te worden qua aantal af te
leggen ondersteuningverklaringen. De 'drempel' voor de burger en de tijd die het kost om een verzoek af
te leggen is hoger indien dit dient plaats te vinden op het gemeentehuis. Indien geconcludeerd wordt dat
er bij toepassing van Digid meer ondersteuningsverklaringen dienen te worden afgelegd, volgt de lastige
vraag hoeveel dit dan zouden moeten zijn en hoe dit in verhouding dient te staan tot de handtekeningen
die wel op het gemeentehuis zijn afgelegd.
Wij wijzen hierbij ook op een advies van de Kiesraad over digitale verzoeken en
ondersteuningsverklaringen.
De Kiesraad geeft aan dat het (..) ‘op de duur mogelijk moet worden dat deze ook door middel van een
digitale handtekening wordt afgelegd. Zolang nog geen voldoende veiligheidsgaranties op dit punt
bestaan, is naar het oordeel van de Raad het indienen van verzoeken en ondersteuningsverklaringen in
persoon op het gemeentehuis de enige betrouwbare optie.’
Op 19 februari 2009 heeft de Tweede Kamer gesproken over twee referenduminitiatiefvoorstellen.
In dit debat komt eveneens de elektronische handtekening ter sprake. De minister wordt verzocht om aan
te geven wanneer een betrouwbaar systeem mogelijk is om handtekeningen in te zamelen via DigiD. In
dit debat wordt kort verwezen naar de discussie rond stemcomputers die niet betrouwbaar zijn en niet
meer mogen worden ingezet bij verkiezingen. Ook wordt verwezen naar het advies van de Kiesraad.
De minister heeft op 16 maart 2009 de Tweede Kamer hierover geïnformeerd. De minister geeft aan dat
het nu nog niet mogelijk is om voldoende waarborgen te creëren om te gaan werken met digitale
verzoeken en ondersteuningsverklaringen. Ook kan niet aangegeven worden op welke termijn dit wel het
geval is. Ook wordt aangegeven dat indien er wel een betrouwbaar systeem is voor het elektronisch
inzamelen van ondersteuningverklaringen er een discussie gevoerd dient te worden over de vraag of
12
digitalisering gevolgen moet hebben voor de hoogte van de drempels. Al met al zijn deze overwegingen
rond DigiD de reden dat deze toepassing (nog) niet in de modelverordening is opgenomen en gekozen
wordt voor het gebruik van handtekeningenlijsten die worden ondertekend op het gemeentehuis.
Artikel 7. Definitief verzoek
Als de raad van mening is dat het onderwerp referendabel is, zijn de initiatiefnemers weer aan bod. Zij
moeten een verzoek doen tot het houden van een referendum en voldoende ondersteunende
handtekeningen verzamelen. De procedure is in grote lijnen gelijk aan die bij het inleidende verzoek.
De raad controleert of er voldoende (geldige) handtekeningen zijn verzameld. De toelaatbaarheid van het
onderwerp is al eerder in de procedure, bij het inleidend verzoek, getoetst. Een voldoende aantal
handtekeningen zal dan ook een positief besluit tot het houden van het referendum tot gevolg hebben.
Artikel 8. Datum
Het vaststellen van de datum waarop het referendum zal worden gehouden is voorbehouden aan de
raad. Van belang is dat er voldoende tijd is om het referendum te organiseren (stemlokalen huren,
bemensing stembureaus, drukwerk etc.) en dat er enige ruimte is om vakantie perioden (juli/ augustus,
december/januari) te overbruggen omdat deze niet geschikt zijn voor het houden van een referendum.
Het ligt voor de hand dat het advies van het college op dergelijke zaken ziet. De datum kan vallen op een
dag waarop tevens andere verkiezingen worden gehouden, maar dat hoeft niet het geval te zijn. Het
combineren van verkiezingen is praktisch omdat de kiesgerechtigden niet twee maal naar de stembus
hoeven te komen. Ook zorgt een combinatie doorgaans voor een hogere opkomst en voor een reductie in
de kosten van een referendum. Uiteraard kunnen er ook meerdere referenda op dezelfde dag
plaatsvinden.
Artikel 9. Vraagstelling
De raad beslist of en wanneer een referendum wordt gehouden en stelt ook de vraagstelling vast.
Het meest voor de hand ligt een vraagstelling welke gekoppeld is met het voorgenomen besluit. Aan de
kiezer wordt dan de vraag voorgelegd of zij vóór of tegen het concept raadsbesluit, waarover het
referendum wordt gehouden, zijn. De vraagstelling moet wel voldoende duidelijk zijn, de
referendumcommissie heeft tot taak hierover adviseren. Het is mogelijk om de vraagstelling tevens op te
nemen op de stempas/oproepkaart.
Artikel 10. Budget
Er kan jaarlijks een vast bedrag op de begroting worden opgenomen voor het organiseren van referenda
of er kan per referendum een budget worden vastgesteld. Hier is gekozen voor het laatste. Naast een
bedrag voor de organisatie van het referendum zelf zal de voorlichting geld kosten. Dit betreft zowel de
voorlichting door de gemeente zelf (uitleg over het conceptraadsbesluit) als de voorlichting door
verschillende belangengroeperingen waaronder de initiatiefnemers van het referendum.
De referendumcommissie heeft een belangrijke adviserende rol. Zowel bij de totstandkoming van de
beleidsregels op grond waarvan de subsidies kunnen worden verstrekt als de toekenning van de
subsidies zelf.
Artikel 11. Uitvoering
Het feit dat het college is belast met de uitvoering, volgt uit de Gemeentewet (artikel 160, eerste lid onder
b). Tot de organisatie behoren diverse taken, zowel de voorlichting over het onderwerp waarop het
referendum ziet, als de inrichting en bemensing van de stemlokalen en het drukken van de stembiljetten
en oproepkaarten/stempassen.
Artikel 12. Procedure stemming
Het ligt voor de hand om voor de procedures rond de stemming aan te sluiten bij de gang van zaken bij
de raadsverkiezingen en dit niet allemaal opnieuw per verordening te regelen. Vandaar dat de Kieswet en
13
het Kiesbesluit van overeenkomstige toepassing zijn. Dit omvat het hele proces van de termijn waarop bij
de kiesgerechtigden de oproepkaart/stempas voor het referendum bezorgd dient te zijn als de werkwijze
in het stembureau en de vaststelling en bekendmaking van de uitslag.
Artikel 13. Geldigheid van de uitslag
Wanneer 50% procent van de kiesgerechtigden zijn stem heeft uitgebracht, wordt de uitslag van het
referendum geacht geldig te zijn. Het percentage kan lager zijn dan het gemiddelde opkomstpercentage
bij de raadsverkiezingen, maar moet hoog genoeg zijn om een drempel op te werpen. Op deze wijze
komen alleen onderwerpen aan bod die door een redelijk deel van de bevolking als van belang worden
beschouwd, zonder dat het praktisch onmogelijk zal worden een geldige uitslag te krijgen.
In de Tijdelijke referendumwet werd uitgegaan van een gekwalificeerde meerderheid: een besluit is
verworpen als de meerderheid van de opgekomen kiezers het besluit verwerpt en het aantal
tegenstemmen tenminste 30% van de kiesgerechtigden bedraagt.
Artikel 14. Strafbepalingen
Op grond van artikel 154 van de Gemeentewet kan de raad op overtreding van een verordening straf
stellen. Voor het bepalen van wat strafbaar is, is aangesloten bij de Kieswet, hoofdstuk Z.
Artikel 15. Inwerkingtreding
Dit artikel spreek voor zich.
Artikel 16. Citeertitel
Dit artikel spreekt voor zich.
Slotbepalingen in geval van bestaande referendumverordening
Artikel 17 Intrekking oude regeling
14
Bijlage
Meer informatie over referenda/Ontwikkelingen op wetgevingsgebied
De afgelopen jaren hebben zich diverse ontwikkelingen voorgedaan op het gebied van het referendum.
Op nationaal niveau blijkt geen parlementaire meerderheid te bestaan om een referendumwet
vast te stellen. Momenteel zijn er wel (weer) twee initiatiefvoorstellen in behandeling bij de Tweede
Kamer. Het voorstel van wet van de leden Halsema, Kalma en Van der Ham houdende verklaring dat er
grond bestaat een voorstel in overweging te nemen tot verandering in de Grondwet, strekkende tot
opneming van bepalingen inzake het correctief referendum (kamerstuk 30174) en het voorstel van wet
van de leden Kalma, Halsema en Van der Ham, houdende regels inzake het raadgevend referendum
(Wet raadgevend referendum, kamerstuk 30372). Het voorstel met betrekking tot het houden van een
correctief referendum ziet op besluiten van het parlement, de provinciale staten en de gemeenteraad. De
wet raadgevend referendum ziet enkel op besluiten van het parlement.
Op lokaal niveau hebben diverse gemeenten een referendumverordening vastgesteld en worden
regelmatig referenda gehouden. Hieronder wordt een kort overzicht gegeven van relevante
gebeurtenissen uit de afgelopen jaren.
Na een tiental jaren werd in 2004 duidelijk dat in het parlement geen meerderheid bestaat om op
nationaal, provinciaal dan wel op gemeentelijk niveau een correctief raadgevend referendum in te voeren.
Daar aan voorafgaand hebben diverse staatscommissies de mogelijkheden van een referendum in
Nederland onderzocht. De commissie Biesheuvel bracht in 1985 het advies uit over het correctief
raadgevend referendum, waarvoor een wijziging van de Grondwet noodzakelijk was.
In 1996 werd voor het eerst een wetsvoorstel ingediend voor een grondwetsherziening tot invoering van
het bindend correctief referendum. Na het reguliere wetgevingstraject te hebben doorlopen werd het
voorstel van wet in 1997 door de Tweede Kamer als wet aangenomen en in 1998 door de Eerste Kamer.
Aangezien voor de invoering van een Referendumwet een grondwetswijziging noodzakelijk is, gelden een
aantal extra regels. Het parlement moet de wet twee keer behandelen en tussen de eerste en de tweede
lezing moeten Kamerverkiezingen worden gehouden. Bovendien moet bij de tweede lezing in beide
kamers een tweederde meerderheid akkoord gaan met de nieuwe wet. In 1999 vond met goed gevolg de
tweede lezing in de Tweede Kamer plaats. Echter, in de Eerste Kamer sneuvelde het wetsvoorstel tijdens
de Nacht van Wiegel. De daarop volgende kabinetscrisis monde uiteindelijk uit in een doorstart van Paars
II in juni 1999, waarbij de coalitiepartijen nieuwe afspraken maakten in het zogenaamde Lijmakkoord.
Deze afspraken omvatten onder meer het opnieuw indienen van het wetsvoorstel tot een correctief
bindend referendum en een voorstel voor een
Tijdelijke referendumwet (Trw). Deze laatste is op 1 januari 2002 in werking getreden en vervallen op 1
januari 2005. Het was de bedoeling dat daarna een nieuwe Referendumwet in werking zou treden, die
een bindend referendum mogelijk maakt.
Op 29 juni 2004 heeft de Tweede Kamer echter de tweede lezing voor het wijzigen van de Grondwet
-met het oog op het opnemen van bepalingen voor het correctief referendum- verworpen, aangezien
geen tweederde meerderheid bestond van stemmen. Dit heeft ertoe geleid dat op nationaal niveau geen
regeling voor bindende correctieve referenda (een Referendumwet) is vastgesteld.
In de Trw was een bepaling opgenomen dat de wet met ingang van 1 januari 2005 zou komen te
vervallen. Op 14 oktober 2004 werd een initiatiefwetsvoorstel van de kamerleden Dubbelboer en
Duyvendak, dat ertoe strekte de tijdelijkheid van de Trw ongedaan te maken, door de Tweede Kamer
verworpen. Ook een landelijke regeling voor een raadgevend referendum is daarmee nooit vastgesteld.
Er is echter wel een landelijk referendum gehouden.
Naar aanleiding van een initiatiefvoorstel van de Tweede Kamer werd op 1 juni 2005 een nationaal
referendum gehouden over het Europees Grondwettelijk Verdrag. De achterliggende gedachte was dat,
zoals hierboven reeds uiteengezet, in Nederland een aparte procedure bestaat voor een wijziging van de
Grondwet. Voor de Europese ‘grondwet’ bestaat geen vergelijkbare procedure. Om de Nederlandse
kiesgerechtigde burgers toch een mogelijkheid te geven hun mening te uiten, is voor dit unieke geval
15
gekozen voor het houden van een referendum. Ook partijen die principieel tegen een referendum zijn
stemden in met deze oplossing.
Het kabinet Balkenende II heeft in november 2005 een standpunt ingenomen over referenda3. In een
notitie zijn onder meer de de verschillende referendumvormen uitgewerkt en worden de voor en nadelen
daarvan aangegeven. Het kabinet is van mening, in navolging van de commissie Biesheuvel, dat een
correctief wetgevingsreferendum, in vergelijking met andere typen referenda, de minste spanningen
oproept met het vertegenwoordigend stelsel. Met deze referendumvorm kan worden voorkomen dat het
parlement wordt gepasseerd. Het instrument maakt het onmogelijk dat aan kiezers een vraagstuk wordt
voorgelegd, waarover het parlement zich niet heeft uitgesproken.
Het kabinet toonde zich geen voorstander van referenda die worden geïnitieerd door de wetgever en niet
door de bevolking. Het parlement maakt immers zelf deel uit van het vertegenwoordigend stelsel en
vormt hierop geen aanvulling. Verder is het mogelijk dat bij raadplegende referenda het risico toeneemt
van misbruik door (belangengroepen van) kiesgerechtigden. Het kabinet was voorts van oordeel dat geen
doorslaggevende redenen bestonden om de autonomie van gemeenten met betrekking tot referenda op
enigerlei wijze te beperken. Ondanks het ontbreken van een nationale wet, moest op lokaal niveau het
houden van referenda mogelijk zijn. Het is dus aan gemeenten zelf om te bepalen of zij van het
instrument referendum gebruik willen maken.
Ervaringen met gehouden referenda in Nederland
De afgelopen jaren zijn tientallen referenda op gemeentelijk niveau gehouden. Allereerst kunnen worden
genoemd de raadplegende referenda. Deze referendumvorm wordt in de praktijk vooral toegepast in het
geval van een mogelijke gemeentelijke herindeling. Dit is blijkbaar een dusdanige ingrijpende beslissing
dat het referenduminstrument wordt ingezet om de burger te raadplegen. Dit gebeurde in de volgende
gemeenten: In 1997 in Harmelen, in 1998 in Nootdorp, Pijnacker, Leidschendam, Rijswijk en Voorburg, in
1999 in Uitgeest en Hengelo (OV), in 2000 in Heerjansdam, Nootdorp en Pijnacker, in 2001 in ’s
Gravenzande. Leidschendam, Voorburg, De Lier, Maasland, Schipluiden, Monster, Naaldwijk, Neede en
Wateringen, in 2002 in Son en Breugel, in 2003 in Ruurlo, Cromstrijen, Korendijk, Oud-Beijerland en
Strijen, in 2004 in Warmond en Voorhout, in 2006 in Loenen en Moordrecht en in 2008 in Sevenum.
Raadplegende referenda over andere onderwerpen zijn gehouden in 2001 in de huidige gemeente
Lingewaard over de naam van de nieuwe gefuseerde gemeente, in Utrecht over de toekomst van het
stationsgebied (2002), in Gorinchem over een verkeerssituatie (2003), in Wijchen over de aanpak
van de Markt (2004), in Middelburg over de locatie van het theater (2006) in Arnhem over drie varianten
van de aan te leggen haven (2007), in Beverwijk over de aanpak van twee voormalige vuilstortplaatsen
(2007), in Leiden over de aanleg van een sneltram door het centrum (2007) in Duiven over drie varianten
voor de inrichting van het centrum (2008). In 2009 zal in de geherindeelde gemeente Aalten-Dinxperlo
een referendum plaatsvinden over de naamgeving en in Tilburg over de komst van een shoppingmal.
Raadgevende referenda zijn gehouden in Amsterdam in over de vorming van een stadsprovincie (1995),
de aanleg van IJburg en over de noord - zuid metrolijn (beide in 1997), in 2001 over een apart stadsdeel
(binnenstad) en in 2002 over de verzelfstandiging van het gemeentelijke vervoersbedrijf.
In Zandvoort in 1997 over het parkeerbeleid in het centrum. In 1999 in Gorinchem over de
komst van een asielzoekerscentrum en in Nieuwegein over een verbouwing van het stadscentrum.
In Groningen in 2001 en in 2006 de herinrichting van de grote markt. In 2001 is in Enschede over de
bouw van een bedrijvenpark in een natuurgebied gestemd en in 2002 in Enkhuizen over de grondverkoop
in verband met een bouwplan. In Delft is in 2006 gestemd over de een camping.
Op basis van de Trw zijn vier referenda gehouden. In 2003 in Voerendaal over de gemeenschappelijke
regeling, in 2004 in Hilversum en Huizen over respectievelijk de parkeerverordening en de
speelautomatenhalverordening en over dit laatst genoemde onderwerp is in 2005 ook in Zwolle een
referendum gehouden.
De evaluatie van de Trw4 geeft inzicht in de juridische, organisatorische, financiële en politiekbestuurlijke
gevolgen van de hierboven genoemde eerste drie gehouden referenda (de evaluatie was afgerond
voordat het referendum in Zwolle werd gehouden). De juridische knelpunten zijn specifiek
16
voor de Trw en derhalve in dit kader niet relevant. Qua organisatie is de uitvoering van het referendum
zelf geen probleem. Dit sluit nauw aan bij de routine van verkiezingen, maar de fase van inleidend en
definitief verzoek kost veel tijd en mankracht. Daarnaast is soms het proces voor burgers niet duidelijk
zowel wat betreft onderwerp als wat betreft organisatie van het referendum.
De kosten zijn te verdelen in de kosten van het organiseren van het referendum en kosten voor
voorlichting. Dit laatste kan per gemeente sterk verschillen en is onder meer afhankelijk van de keuze of
aan de verschillende partijen (voor en tegenstanders) subsidies voor promotie en voorlichting worden
verstrekt.
Wat de politiek-bestuurlijke gevolgen betreft is een duidelijk knelpunt dat de bestuursorganen een
‘pettenprobleem’ hebben. Veroorzaakt door loyaliteit aan het voorgenomen besluit en de
verantwoordelijkheid voor de organisatie, met name de voorlichting, bij het referendum. Een oplossing is
het instellen van een referendumcommissie, zodat dit spanningsveld kan worden vermeden.
Een referendum kan zorgen voor politieke onrust en verstoorde politieke verhoudingen. Als het voor de
burger niet heel helder is waar het referendum over gaat, is de kans groot dat kiezers door de campagne
(al dan niet van de tegen partij) op het verkeerde been worden gezet en dus niet goed weten waar ze nu
echt voor of tegen stemmen. In enkele gemeenten heeft dit consequenties gehad voor het vertrouwen in
de politiek door burgers.
Doordat in de verordening wordt aangesloten bij de Kieswet procedure, is het referendum een
‘zwaar’ en kostbaar instrument. Doordat de procedure sterk op een verkiezing lijkt, verwacht de burger
mogelijk dat de uitslag bindend is. Dat is echter niet erg als dit in het licht wordt gezien van de
noodremfunctie van een referendum.
In geval van politieke tegenstellingen wordt snel geroepen dat een referendum gehouden moet worden.
Vaak vindt een referendum dan toch niet plaats. Dit kan verschillende redenen hebben, zoals
het kostenaspect, ongewenste vertraging in de besluitvorming of omdat het onderwerp zich niet leent
voor een referendum. De werking van het referenduminstrument gat uit van een gepolariseerd probleem
(men is voor of tegen). Indien het vraagstuk helder uiteen wordt gezet en een duidelijk en genuanceerd
antwoord mogelijk is, kan een referendum echter een nuttig instrument zijn om de mening van burgers te
peilen.
Terminologie
Voor referenda worden verschillende vormen gehanteerd. Hieronder een overzicht van de
meest voorkomende vormen. Of deze bindend of niet-bindend zijn en of ze volgens de
huidige wetgeving zijn toegestaan of niet.
Hieronder treft u een overzicht aan.
Vorm Bindend of niet-bindend Toegestaan
of niet
toegestaan
Adviserend
referendum
Beslissend
referendum
Bindend
Niet-bindend referendum Toegestaan
Bindend referendum Niet
toegestaan
Een referendum waarvan de overheid zich aan de uitslag
moet houden.
Niet
toegestaan
17
referendum
consultief
Crrectief
referendum
Dicisoir
referendum
Facultatief
referendum
Niet-bindend
referendum
Obligatoir
referendum
Plebisciet
Raadgevend
referendum
Raadplegend
referendum
Niet-bindend referendum Toegestaan
Referendum waarmee kiezers zich kunnen uitspreken over
een reeds door de overheid genomen beslissing, of over een
beslissing die de overheid op het punt staat te nemen maar
nog niet officieel vaststaat. Een correctief referendum is dus
gericht op het tegenhouden of terugdraaien van een
overheidsbeslissing.
Niet
toegestaan
Bindend referendum Niet
toegestaan
Raadplegend, niet verplicht, referendum Toegestaan
Een referendum waarvan de overheid de uitslag naast zich
neer mag leggen. Niet-bindende referenda worden ook wel
'raadgevende' of 'raadplegende' referenda genoemd, terwijl
het in die gevallen eigenlijk gaat om een niet-bindend,
raadgevend referendum resp. een niet-bindend,
raadplegend referendum.
Toegestaan
Verplicht referendum n.v.t.
Raadplegend referendum Toegestaan
Een referendum dat op initiatief van de burgers wordt
gehouden. Raadgevende referenda kunnen zowel bindend
als niet-bindend zijn.
Toegestaan
Een referendum dat op initiatief van de overheid wordt
gehouden. De uitslag van kan in principe bindend of nietbindend
zijn. Omdat deze veelal niet-bindend zijn, wordt de
term 'raadplegend referendum' ook gebruikt in gevallen
Toegestaan
18
Verplichtend
Referendum Een referendum dat op grond van de wet gehouden moet worden,
bijvoorbeeld als in een wet is geregeld dat een grondwetswijziging of
het afstaan van bevoegdheden aan internationale instellingen op deze
manier aan het volk voorgelegd moet worden.
Volksinitiatief Een referendum over een door burgers geagendeerd voorstel of
onderwerp. De uitslag van een volksinitiatief kan bindend of niet-bindend
zijn.
19
************AANTEKENINGEN************
Tijdelijke Referendumwet
http://wetten.overheid.nl/BWBR0012701/2002-01-01#Hoofdstuk1
art. 3 en 4
Voor een inleidend verzoek is vereist dat een verzoek wordt gedaan:
(1) In gemeenten met minder dan 20.001 kiesgerechtigden,
door 1 procent van de kiesgerechtigden met dien verstande dat
dit getal niet lager ligt dan 50 en niet hoger dan 125 kiesgerechtigden;
(2) In gemeenten met 20.001–40.000 kiesgerechtigden,
door 0,7 procent van de kiesgerechtigden met dien verstande dat
dit getal niet hoger ligt dan 200 kiesgerechtigden;
(3) In gemeenten met 40.001–100.000 kiesgerechtigden,
door 0,5 procent van de kiesgerechtigden met dien verstande dat
dit getal niet hoger ligt dan 300 kiesgerechtigden;
(4) In gemeenten met 100.001 of meer kiesgerechtigden,
door 1/3 procent van de kiesgerechtigden.
Voor een definitief verzoek is vereist dat het inleidend verzoek ondersteund wordt:
(A) In gemeenten met minder dan 20.001 kiesgerechtigden,
door 10 procent van de kiesgerechtigden met dien verstande dat
dit getal niet lager ligt dan 200 en niet hoger dan 1250 kiesgerechtigden;
(B) In gemeenten met 20.001–40.000 kiesgerechtigden,
door 7 procent van de kiesgerechtigden met dien verstande dat
dit getal niet hoger ligt dan 2250 kiesgerechtigden;
(C) In gemeenten met 40.001–100.000 kiesgerechtigden,
door 6 procent van de kiesgerechtigden met dien verstande dat
dit getal niet hoger ligt dan 5000 kiesgerechtigden;
(D) In gemeenten met 100.001 of meer kiesgerechtigden,
door 5 procent van de kiesgerechtigden.

 

Ons Logo:

Een "platliggende 8" is ons logo. Het is een symbool dat onder meer in de wiskunde en filosofie wordt gebruikt om de oneindigheid mee aan te geven.
Voor ons betekent dit dat wij beseffen dat wij nooit de ideale situatie kunnen bereiken. Want wat ideaal is verandert voortdurend. Maar wij kunnen wel steeds dichter bij het ideaal komen, en daarmee een steeds betere situatie krijgen.
Voor meer informatie: https://nl.wikipedia.org/wiki/Oneindigheid
Engelstalig en uitgebreider: https://en.wikipedia.org/wiki/Infinity
 

 

 

.